Tip ons
Tip ons

Je kunt zelf jouw bijdrage/tip via dit formulier toesturen. Wij zullen deze controleren en mogelijk gebruiken voor publicatie. Let op! Aangeleverd materiaal dient rechtenvrij te zijn of er moet schriftelijk toestemming zijn verleend voor het gebruik ervan.

Nu:
Straks:
Nu:
Straks:

Streekhistorie

Filteren op datum:
        
Streekhistorie: NSB-burgemeesters in het Westland zondag 3 mei 2020 09:09

Streekhistorie: NSB-burgemeesters in het Westland

In de oorlog werden overal in het land veel burgemeesters al snel vervangen door NSB’ers. Het Westland maakte hierop geen uitzondering. Burgemeester Frans Schokking van ’s-Gravenzande was de eerste die het veld moest ruimen om plaats te maken voor de NSB-er Mr. Edzard Bisschop. In hetzelfde jaar volgde de benoeming van Wim Bocxe in Wateringen gevolgd door de aanstelling van Pieter Burgersdijk in De Lier en Henri Ipenburg in ’s-Gravenzande en Monster. Waren de burgemeesters overtuigde nazi’s en lukte het hen om hun opvattingen op te leggen aan het ambtelijk apparaat en de samenleving? Waren zij gevaarlijk en hebben zij mensen verraden? De conclusie luidt dat één burgemeester, Henri Ipenburg van ’s-Gravenzande en Monster, ver is gegaan in zijn collaboratie met de bezetter. Hij kreeg daarvoor na de oorlog door de Bijzondere rechtspraak drie jaar gevangenisstraf opgelegd. Deze straf bracht hij door in het kamp de Vergulde Hand in Vlaardingen, dat speciaal voor politieke gevangenen was gebouwd.StofzuigerverkoperHagenaar Ipenburg (1895-1972) was van beroep verkoopleider bij Electrolux. Hij werd door zijn tegenstanders denigrerend als ‘de stofzuigerverkoper’ aangeduid. Ipenburg raakte in de ban van het nationaalsocialistische gedachtengoed en werd in 1935 lid van de NSB. Die politieke keuze moest hij op zijn werk verbergen omdat deze niet bij iedereen in goede aarde viel. Na de Duitse inval kon Ipenburg zich ongehinderd door wie dan ook als nazi profileren. Hij zag zich als een partij- ideoloog en werd propagandaleider in Noord Holland. Zijn ambities reikten echter verder en Ipenburg solliciteerde naar een burgemeesterspost.Prent Strafkamp uit stadsarchief Vlaardingen.Opmerkelijk is dat Ipenburg door zijn fanatisme in de eigen partij niet goed lag. Hij zou door zijn opdringerige en bemoeizuchtige karakter niet geschikt zijn om de Nederlandse bevolking voor het Nationaal Socialisme te winnen. Voor de Duitsers was hij echter een nuttig instrument. Bij de installatie van Ipenburg in 1943 schalde vanuit een grammofoon met versterker nationaalsocialistische marsmuziek over de Markt in ’s-Gravenzande. Bij de ingang van het stadhuis stond een dubbele haag van in zwart uniform geklede NSB-leden, die de groet met de gebalde vuist brachten. In zijn toespraak noemde Ipenburg zich een burgemeester van de Nieuwe Orde en uitte zijn afkeer van de Joden.Henri Ipenburg was de bezetter zeer behulpzaam. Hij stelde samen met de commandant van de landwacht een lijst op van vijf gijzelaars, die bij ernstige gebeurtenissen konden worden gearresteerd. Op de lijst stonden de namen van de predikanten Van der Laan, Kooistra en van Dijk, veilingvoorzitter Klaas van der Houwen en tuinder J. Metzon. Ipenburg gaf zijn ambtenaren opdracht om oproepen aan bewoners uit te schrijven om voor de Duitse weermacht te werken. Hij kwam in conflict met de kerken en noemde de gereformeerde dominee Van der Laan een jodenvriend. Hij riep de Duitsers nadat zij de oorlog gewonnen hadden ‘om de dominees en pastoors ‘in concentratiekampen op te sluiten en de ergste raddraaiers onder hen terecht te stellen.’GijzelingIn september 1944 werd Ipenburg ook waarnemend burgemeester van Monster nadat zijn voorganger Kampschöer zich ziek had gemeld. Ook hier verleende hij hand en spandiensten aan de bezetter. Politieman Witteman kreeg opdracht om negen vooraanstaande inwoners van Monster te selecteren en deze te gijzelen in drie cellen op het politiebureau. De gijzeling moest de inwoners van Monster onder druk zetten om verplichte arbeidsinzet voor de Wehrmacht te verrichten. Witteman zag zich genoodzaakt met zijn gezin onder te duiken in plaats van aan deze praktijken mee te werken. Na de capitulatie arresteerde hij Ipenburg op het gemeentehuis. Tijdens zijn strafzaak toonde Ipenburg zich onverbeterlijk. Hij zou zich hebben ingezet voor de zelfstandigheid van Nederland en zag zich als het slachtoffer van bewust afgelegde leugens van enkele leden van het veilingbestuur. Met name de gereformeerden onder hen zouden een appeltje met hem te schillen hebben gehad. Burgemeester Edzard Bisschop, per abuis staat er Ipenburg bij de foto.Ipenburg kwam op 1 mei 1948 op vrije voeten onder voorwaarde dat hij zich als een goede vaderlander zou gedragen. De drie andere burgemeesters kwamen in de loop van 1946 vrij. Hun straf was doorgaans gelijk aan het voorarrest. Zij kregen naast de gevangenisstraf en strafontslag een verbod om nog een ambt te bekleden. Ook hun opgebouwde pensioenrechten werden deels afgepakt. Bisschop begon in Den Haag een juridisch adviesbureau en Bocxe ging bij de RK parochieel Armbestuur in Rotterdam werken. Van Burgersdijk is nooit meer iets vernomen. Bron: Historisch Jaarboek Westland 2020Auteur: Frank de Klerk van Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Kanongebulder over het Westland zondag 26 april 2020 00:12

Streekhistorie: Kanongebulder over het Westland

Op 10 mei 1940 vielen de Duitsers ons land binnen. Den Haag als regeringscentrum was een belangrijk doelwit. Met een aanval van parachutisten en luchtlandingstroepen wilden de Duitsers in één dag Den Haag innemen en de regering, het militaire opperbevel en de koninklijke familie gevangen nemen, waarna ze er van uitgingen dat Nederland zich daarna zou overgeven. De Duitse parachutisten moesten de vliegvelden Ypenburg, Ockenburg en Valkenburg innemen, waarna er via een luchtbrug duizenden soldaten met transportvliegtuigen aangevoerd zouden worden. Ockenburg werd door de Duitsers veroverd en Ypenburg grotendeels. Het verzet van de Nederlandse troepen was echter veel groter dan de Duitsers verwacht hadden. Het Nederlandse leger wist al snel tegenmaatregelen te nemen en probeerde al in de ochtend van 10 mei de vliegvelden te heroveren. De inzet van de artillerie zou hierbij een belangrijke rol spelen. Op diverse plaatsen in het Westland waren batterijen artillerie gestationeerd. In Naaldwijk batterijen veldartillerie met mortieren en pantserafweergeschut. Ook in Honselersdijk bevonden zich zo’n 120 artilleristen met meerdere stukken geschut. In ’s-Gravenzande waren eenheden gelegerd van het tweede Regiment Artillerie. Dit laatste regiment was gestationeerd in de gebouwen van veiling Woutersweg. Verder was er nog een compagnie Kustartillerie ondergebracht in de gebouwen van Waling van Geest aan de Monsterseweg. Kaartje van de Duitse aanval op OckenburgIn Monster en Ter Heijde waren verschillende batterijen veldartillerie, die waren ondergebracht bij boeren aan de Molenweg en de Madeweg. In Poeldijk bevond zich eveneens een batterij artillerie. Die was ingekwartierd in de RK jongensschool, het verenigingsgebouw St. Vincentius en bij enkele boerderijen. De paarden waren ondergebracht in veilingloodsen en bij boeren. De artillerie batterij uit HonselersdijkBij de boerderij van Van Gaalen aan de Molenweg in Monster was een batterij veldartillerie gelegerd. Die kreeg al vroeg in de ochtend opdracht om zich naar vliegveld Ypenburg te begeven. Ze moesten via de Poeldijkseweg en Monsterseweg door Poeldijk, via Wateringen naar Rijswijk om daar ingezet te worden bij de aanval op het vliegveld.Stuk Nederlands geschut gestationeerd in Monster-Ter HeijdeOok het tweede Regiment Artillerie in veiling Woutersweg in ’s-Gravenzande kreeg opdracht om zich gevechtsklaar te maken en zich naar Ypenburg te begeven om daar te helpen bij de herovering van het vliegveld. Enkele dagen hiervoor was deze actie nog geoefend via de route Naaldwijk - Wateringen - Rijswijk, dus alles zou op rolletjes moeten verlopen. Toen men met de colonne bij het kruispunt Woutersweg/Naaldwijkseweg aankwam, bleek echter dat er bij de Heenweg Duitsers gesignaleerd waren en er al verschillende vuurgevechten geweest waren tussen Nederlandse en Duitse soldaten. De artillerie besloot daarom door ’s-Gravenzande, naar Monster en vervolgens via Poeldijk en Wateringen naar Rijswijk op te trekken. Een grote omweg, maar omstreeks 10.00 uur kwam de colonne in Rijswijk aan waar de kanonnen geplaatst werden in het Rijswijkse bos.Kaart van het Westland uit ca. 1935De artillerie uit Honselersdijk en Poeldijk zou ingezet worden om vliegveld Ockenburg te beschieten. Alle artillerie-eenheden kregen opdracht om positie te kiezen aan de noordoost rand van Poeldijk, achter het patronaatsgebouw in het weiland van boer Helderman. Het had nog wel wat voeten in aarde voordat alle batterijen ter plaatse waren in Poeldijk. De 1ste batterij onder leiding van De Fremery was al in Poeldijk, waar ze in de veilinggebouwen gestationeerd waren. Maar de 2de en de 3de batterij onder leiding van Leijenaar en Boellaard moesten uit Honselersdijk komen. In de Voorstraat van Poeldijk kwam men in een enorme opstopping terecht, mogelijk veroorzaakt door al het verkeer en de troepen die op weg waren naar Rijswijk om daar bij Ypenburg ingezet te worden. Vrijwel alle troepenbewegingen vanuit het Westland richting Ypenburg waren via Poeldijk gestuurd en dat kon de smalle Voorstraat allemaal niet verwerken. Dit werd nog verergerd door het gebruikelijke drukke verkeer van en naar de veiling. Tekening van de Nederlandse artillerie bij PoeldijkOm 8.00 uur waren de kanonnen gereed om vuur te geven op vliegveld Ockenburgh. Het vuur werd geleid door luitenant Feith die al om 7.00 uur per auto naar de watertoren in het duingebied bij Monster was vertrokken. Dit was een moedige actie, want het gebied rond de watertoren was nog lang niet veilig gesteld door Nederlandse soldaten. Feith had de beschikking over een ultra korte golf (UKG) radio voor verbinding met de artillerie in Poeldijk. Dit was voor het Nederlandse leger een zeer geavanceerde verbinding, waar nog maar een paar sets van in gebruik waren. Feith was om 7.15 uur bij de watertoren waar hij zich bovenin installeerde met zijn radio-installatie in afwachting van het moment dat de batterijen gereed waren om te vuren. Dat was zoals gezegd om 8.00 uur en men begon met het inschieten. De opdracht was vijandelijke vliegtuigen op Ockenburgh vernietigen en verhinderen dat er nieuwe vliegtuigen konden landen en dat gelande vliegtuigen niet meer konden vertrekken. Nadat alle batterijen vuurklaar waren en ingeschoten, brak er een moordend artillerievuur los op Ockenburgh. Het vliegveld was na deze beschieting volledig onbruikbaar geworden. Vuurleider luitenant Feith telde vanuit de watertoren dertien brandende Duitse transportvliegtuigen. Kaartje van de Nederlandse tegenaanval op OckenburgNa de beschieting van het vliegveld werd het vuur verlegd naar de boerderij de Wijndaelerswoning, om de daar verschanste Duitsers te verdrijven. Door deze beschieting zagen de Grenadiers, die zich in Meer en Bosch bevonden, kans om een aanval uit te voeren. De boerderij Wijndaelerswoning, die zeer strategisch gelegen was aan de Kijkduinsestraat, recht tegenover de Laan van Meerdervoort en aan het begin van de toegangsweg tot het vliegveld, kon ingenomen worden (zie kaartje), evenals de fabriek ‘Het Witte Huis’ en de stellingen rondom de toegangsweg tot het vliegveld. Bij elkaar werden bij deze actie 55 Duitsers krijgsgevangen gemaakt. De overgebleven Duitsers vluchtten het vliegveld op, waar zij zich verschansten tussen de wrakken van de vliegtuigen. De Grenadiers voerden nu een stormaanval uit op het vliegveld waarbij zij voordeel hadden van de her en der verspreid liggende brandende vliegtuigwrakken, die hen de nodige dekking gaven. Na een korte strijd gaven de meeste Duitsers zich over en was het vliegveld Ockenburgh aan het begin van de middag weer in Nederlandse handen. Het restant van de Duitse troepen had zich terug getrokken in de bossen van het landgoed Ockenburg. Ook in het duingebied en de bossen van landgoed Ockenrode bevonden zich groepen Duitse soldaten. Deze troepen konden door aanwijzingen van luitenant Feith in de watertoren ook beschoten worden.Brandende Duitse vliegtuigen op OckenburgDe hele dag bleven de stukken geschut die in Poeldijk gestationeerd waren het landgoed Ockenburg en de rondom gelegen bossen beschieten. Uit meldingen van Nederlandse krijgsgevangenen weten we dat de Duitsers hier veel last van hadden. Ze konden vrijwel niets meer doen en eigenlijk alleen maar dekking zoeken in schuttersputten. Die Duitsers hebben waarschijnlijk aan hun hoofdkwartier doorgegeven dat zij belaagd werden door de Nederlandse artillerie. Daarop is er nog een luchtaanval met Duitse jachtvliegtuigen uitgevoerd op de geschutstellingen in Poeldijk. Die aanval kon met behulp van luchtafweergeschut en mitrailleurs worden afgeslagen. Wel besloot de Nederlandse legerleiding naar aanleiding van deze aanval de artillerie batterijen in de avond en nacht te verplaatsen naar de bosjes van Pex in Den Haag. Via Wateringen en de Leijweg is men daar onder bescherming van de duisternis naar toe getrokken. De volgende dag werden vanuit de bosjes van Pex de Duitsers weer de hele dag beschoten. Dit is waarschijnlijk ook de reden geweest dat de Duitsers in de nacht van 11 op 12 mei (ongemerkt) vertrokken zijn uit Ockenburg en via Wateringen zich probeerden aan te sluiten bij Duitse troepen in de buurt van Overschie.Auteur: Ton Immerzeel van het Westlands Museum
Lees meer
Streekhistorie: De bevrijding van 's-Gravenzande zondag 12 april 2020 09:09

Streekhistorie: De bevrijding van 's-Gravenzande

Op 30 april 1945 werd een extra editie van een in Zuid-Holland verschijnend illegaal blad door 's-Gravenzande verspreid ( 2e jaargang no 209). Het blad meldde de 36e verjaardag van Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Juliana met de bede " God geve dat zij nog langen tijd voor haar Huis en Volk gespaard moge blijven en dat de tijd van hereeniging van Nederland en Oranje spoedig daar zij!". Vervolgens werd in dit blad verslag gedaan van de indrukwekkende voedseldropping op zondag 29 april op Den Haag. Een oorlogsverslaggever die met de geallieerde vliegtuigen meevloog deed hiervan het volgende verslag: Boven de Noordzee hadden onze vliegtuigen te kampen met zware regenbuien. We vlogen precies langs de door de Duitschers uitgestippelde route met als bestemming Den Haag, Rotterdam en Leiden. Toen we boven Den Haag kwamen konden we waarnemen dat de staten stampvol menschen waren die met zakdoeken en witte vlaggen zwaaiden. De plaatsen waar het voedsel moest worden afgeworpen waren grasvelden waarop een groot wit kruis gekalkt was. Ten overvloede werden nog lichtsignalen gegeven met lampen die in het midden waren opgesteld. Toen de vliegtuigen de lading hadden neergeworpen was het groene gras wit van de duizenden pakketten. In totaal werd die dag 600.000 kg voedsel gebracht. Over het verloop van de oorlog werd gemeld dat de Britten Hamburg en Bremen hadden veroverd. De Russen en Amerikanen vochten op een gezamenlijk front van 80 kilometer rond Berlijn, waar de strijd haar einde naderde. De Duitsers hielden nog stand in de regeringsgebouwen en in de Tiergarten. Hierbij werd de opmerking geplaatst dat de Nazi's hun ondergang kennelijk bij de wilde beesten wilden vieren!Deze berichtgeving was een onmiskenbaar teken dat het spoedig vrede zou zijn.'s-Gravenzande werd niet overgeslagen bij de voedseldroppings. Er vond een dropping plaats in de polder Het Oudeland op een weiland van boer Van der Sar, zijn boerderij lag aan het begin van de Oudelandstraat. Er werd enthousiast gezwaaid naar de piloten van de laag aanvliegende grote bommenwerpers. Verzameld werden ongekende heerlijkheden zoals biscuit, chocola, blikken vlees, koffie, thee, sigaretten, eipoeder en zelfs kauwgum. Op dinsdag 1 mei ging het gerucht door het dorp dat de oorlog de volgende week afgelopen zou zijn. De Duitsers waren die dag al uit het gebouw van de gemeentebedrijven vertrokken.In een pamflet werd de 's-Gravenzande bevolking met het oog op de komende bevrijding voorgehouden dat voorbarige feestvreugde gevaarlijk en onverantwoordelijk was. Aangeraden werd om na het bericht van de capitulatie geen prikkelende uitdagende houding aan te nemen tegenover de Duitsers en N.S.B.- ers en niet eigenmachtig op te treden tegenover politieke tegenstanders.Mouwembleem N.S.B.Op woensdag 2 mei kwam N.S.B.-burgemeester Ipenburg op de gemeentesecretarie van ‘s-Gravenzande met het bericht dat via de B.B.C. was doorgekomen dat de Führer dood was. Dit was aanleiding om het secretarie personeel, een aantal betrouwbare ambtenaren die met de plaatselijke B.S. (Binnenlandse strijdkrachten) samenwerkten aangevuld met enkele N.S.B.- sympathisanten, te onthalen op één van zijn befaamde lessen over de denkbeelden van het Nationaal Socialisme en de strijd tegen het Bolsjewisme. De dag daarop deed hij het nog eens dunnetjes over. Hij waarschuwde dat de oorlog hier nu wel spoedig voorbij was maar dat de Russen spoedig de macht over zouden nemen en hier een andere bezetting verwacht kon worden. Het zou nog zover komen dat de Rus de macht zou hebben over Amerika en Engeland. Het was onbegrijpelijk dat er niemand naar de N.S.B. wilde luisteren. Aan hem zou het echter niet liggen hij had de idealen altijd met verve uitgedragen. Hij zou op zijn post blijven tot de laatste dag.Vrijdagavond 4 mei kwam om ongeveer 21.00 uur de langverwachte boodschap via de radio dat de capitulatie een feit geworden was. Hoewel alle radiotoestellen jaren geleden al gevorderd waren en het verboden was naar de Engelse zender te luisteren werd dit grote nieuws toch door veel 's-Gravenzanders ontvangen en direct doorgegeven aan buren en kennissen. De commandanten van de plaatselijke B.S. lieten op zaterdag 5 mei vroeg in de morgen huis aan huis biljetten rondbrengen waarin de "Vrije 's-Gravenzanders" op het hart gedrukt werd dat er feest gevierd mocht worden maar met het uitdrukkelijke verzoek om Orde en Rust te handhaven omdat de Duitse Weermacht bij ongeregeldheden ongetwijfeld in zou grijpen. Daarin werd de belofte gedaan dat tegen de leden van de N.S.B. spoedig maatregelen zouden worden genomen. Ook werd er vanuit de gemeentesecretarie een plechtige proclamatie verspreid van dezelfde strekking ondertekend door wethouder A.C. van Geest, loco- burgemeester.Gemeentehuis net na de oorlog.Die zaterdagmorgen 5 mei waren een viertal ambtenaren al vroeg op het gemeentehuis aanwezig. Eén van hen belde de plaatselijke ortscommandant, leutnant Oebius, die toen in de bunkers van het Staelduinsebos zijn intrek genomen had, met de vraag hoe de toestand er nu eigenlijk voorstond en ook of het bevolkingsregister en de gevorderde schrijfmachines al teruggehaald konden worden. Oebius vertelde dat hij nergens van wist, er was hem niets meegedeeld. Hij kon geen toestemming geven voor de gevraagde zaken, hij moest daarvoor "Erst warten auf Befehl". Intussen gingen twee ambtenaren naar boven om alle Nazi-schilderijen uit het gemeentehuis weg te halen. Dat waren er nogal wat. Ipenburg had in juli 1944 o.a. 4 grote schilderijen van de Führer en van nog een aantal andere partijbonzen op kosten van de gemeente aangeschaft ( f 92,75). Toen zij daarmee bezig waren kwam burgemeester Ipenburg op de secretarie. Op zijn vraag wie daar toestemming voor gegeven had antwoordde één van hen dat hij daar zelf het initiatief toe genomen had. Onder deze omstandigheden was het maar beter ze weg te halen. Daarop stak Ipenburg nog één van zijn redevoeringen af waarin hij zei dat het voor hem nu wel verloren zaak was maar dat het er nu op aan kwam. Later zouden de ambtenaren nog wel eens zeggen dat hij een rare vent was maar dat hij toch gelijk gekregen had. Men kreeg van hem de boodschap dat er zolang er niets officieel bekend was er niet gevlagd mocht worden. Daarna gaf hij alle ambtenaren een hand en vertrok. Intussen waren er al vlaggen naar het gemeentehuis gebracht om later uit te hangen. Op straat heerste er een geweldige drukte. Toch marcheerde er aan het eind van de ochtend nog een eenheid Duitsers in paradepas langs het gemeentehuis, met voorop en er achteraan soldaten met het geweer in de aanslag. ’s Middags kwam er bericht binnen bij de politie dat er gevlagd mocht worden. Van alle kanten hoorde men gejuich. Op bevel van de plaatselijke commandant van de B.S. werd de Rood-Wit-Blauwe vlag gehesen op de toren van de Dorpskerk, nadat men van de Duitse vestingcommandant de verzekering had gekregen dat hij dat niet zou verhinderen. Ondanks het slechte weer werd er 's-avonds uitbundig feestgevierd. Er werd gedanst, gehost en gezongen op het Marktplein rond de muziektent. Daarna was het wachten op de Tommies!Sommige Duitse soldaten waren even blij als de 's-Gravenzanders. Een inwoner uit de Heenweg maakte mee dat Duitse soldaten uit het Staelduinse bos hem omhelsden en riepen "Oh der Frieden, Frieden!" en hem van blijdschap allerlei etenswaren gaven.Op zondag 6 mei, vroeg in de ochtend, werd echter ontdekt dat de hakenkruisvlag weer vanaf de toren van de Dorpskerk wapperde. Er liepen veel Duitsers door het dorp die provocerend de Hitlergroet brachten. De Ordnungs-Officier Oebius werd hierover gebeld en na veel moeite heeft de staf van de ’s-Gravenzandse B.S. bereikt dat de Duitse vlag op de toren vervangen kon worden door de Nederlandse. ‘s Avonds werd er een gemeenschappelijke kerkdienst gehouden waarbij een ogenblik stilte werd gehouden ter nagedachtenis van de gevallenen.Iedereen verwachtte nu dat de volgende dagen de geallieerden zouden komen. Men was erop voorbereid dat er mogelijk zelfs nog slag geleverd zou worden met de sterke Duitse bezettingsmacht die binnen "de vesting" was gelegerd. Daarentegen gebeurde er helemaal niets. Er werden, tot teleurstelling van de inwoners, hier ook geen geallieerde militairen gelegerd zoals in Monster en Naaldwijk. Het was een onwezenlijke situatie dat de Duitsers nog met hun wapens rond bleven lopen.Verzetslieden lopen door de LangestraatMaandag 7 mei waren er nog steeds geen geallieerde troepen in ’s-Gravenzande gearriveerd. Het werd tot grote frustratie van de bevolking weer een dag van wachten op de Tommies! Een commissie bestaande uit de heren, Van Geest, loco- burgemeester, en Voorbij, Toppen en Van Rijn van de ’s-Gravenzandse B.S. , met I. Lievense als tolk, begaf zich naar het Staelduinse Bos voor een conferentie met de Duitse officieren Pohrmann en Oebius. Hier werd uiteindelijk toestemming verkregen om het burgerlijk gezag van de Duitse bezetter over te dragen aan burgemeester Schokking. Dat overleg was nodig omdat het burgerlijk gezag in ’s-Gravenzande, dat binnen de tankgracht lag, in juni 1944 was overgenomen door de commandant van de vesting Hoek van Holland waardoor het dorp onder Duits militair bestuur kwam. Bij overtreding van voorschriften vielen de burgers zelfs onder de Duitse krijgsraad! Na dit overleg werd er door het dorp een rijtoer gehouden met een koets met daarin de burgemeester en zijn vrouw. Leden van de B.S liepen voor en achter de koets om de orde te bewaren. Daarachter volgde een onafzienbare optocht van schoolkinderen, met vlaggen en oranje, begeleid door muziek wat een zeer feestelijke aanblik opleverde. De optocht begaf zich naar het gemeentehuis waar de burgemeester werd toegesproken, en waarna hijzelf de kinderen toesprak. Daarna was er een bijeenkomst op de raadszaal. Het bevolkingsregister dat op 5 januari 1945 door leutnant Lipmann met een aantal soldaten en “Mussert mannen” in beslag was genomen werd die dag teruggehaald. Er was intussen wrijving ontstaan tussen de burgemeester en de ’s-Gravenzandse B.S. omdat Schokking direct bij aankomst al het recht tot bevelen voor zich opeiste.Bevrijdingsfeest voor het stadhuis met leden van de Irene BrigadeDinsdag 8 mei ging het gerucht dat aan het begin van de middag er bij de Monsterse “Sperre” (een constructie van zware kantelbare betonblokken waarmee de Monsterseweg weg kon worden afgesloten) een Geallieerd-Duitse commissie aan zou komen, wat telefonisch bevestigd werd door Oebius. Het ontvangstcomité, de burgemeester en wethouder Van Geest, wachtte vergeefs. Daarna reed men toen maar naar Naaldwijk waar een ontmoeting plaatsvond met de Canadezen. Wat later werd via diverse Duitse instanties bereikt dat de ’s-Gravenzandse N.S.B.- ers opgehaald konden worden, die werden opgesloten in een schuur van de firma Brinkman aan het Marktplein. Dat gebeurde tussen 6 en 10 uur ‘s avonds. Deze actie werd onderbroken om ongeveer 9 uur toen er plotseling twee Canadese militairen in het dorp bleken te rijden, zij kwamen uit De Lier en maakten in hun vrije tijd een fietstochtje. Ze werden enthousiast ontvangen en later per luxe auto naar De Lier teruggebracht.Woensdag 9 mei werden er nog meer N.S.B- ers gearresteerd. Zij werden met de al eerder opgehaalde personen opgesloten in het gebouw van de gymnastiekvereniging O.K.K. aan de Van de Kasteelestraat. Arresteren van een N.S.B-erOok werden de “moffenmeiden”, de vrouwen en meisjes die omgang gehad hadden met de Duitsers opgehaald. Omdat er een dreigende stemming onder de toegestroomde bevolking heerste en er sterke aanwijzingen waren dat er ongeregeldheden konden komen werd door de B.S. besloten om over te gaan tot het “knippen” van deze vrouwen. Dat gebeurde in de muziektent op het Marktplein. ‘s Avonds om 8 uur werd een bijeenkomst gehouden in de veiling met toespraken o.a. door dorpsgenoot J.Baljeu, die als lid van de Irene-brigade één van de eerste dagen na de bevrijding tijdens zijn verlof naar ’s-Gravenzande was gekomen en hier enthousiast was onthaald. Daarna werden er gezamenlijk nationale liederen in het feestelijk versierde veilinggebouw gezongen.Donderdag 10 mei reisde J. van Rijn, lid van de staf van de B.S. naar Den Haag om bij de Canadese commandant te pleiten dat de “Sperren” eindelijk eens open mochten. Dat werd toegestaan maar alleen voor de uitvoer van groenten. Om half zes was er op de begraafplaats een kranslegging bij de graven van de gesneuvelden uit het Nederlandse, Engelse en Franse leger. De “Sperre” aan de Zeestraat/NoordlandsewegZaterdag 12 mei waren de “Sperren” nog steeds gesloten wat grote moeilijkheden veroorzaakte voor de bevolking, ook konden een aantal tuinders daardoor niet naar hun bedrijven. De reden daarvoor was echter dat de Vesting Hoek van Holland nog niet ontmanteld was en de Duitsers nog niet waren ontwapend en afgevoerd. Het was nog dus te gevaarlijk om dit gebied nu al vrij te geven.Dinsdag 15 mei werden de verhoren van de N.S.B.- ers voortgezet en gingen leden van de B.S. verder met het leeghalen en inventariseren van de bunkers. De laatste dagen werd er namelijk veel uit de bunkers gestolen. Verder werd door de staf van de B.S. vastgesteld dat de taak van de verzetsgroep er nu bijna op zat maar dat er nog een aantal zaken afgewikkeld moesten worden zoals het nemen van verdere maatregelen tegen de “foute” dames. Ook moesten er nog maatregelen komen m.b.t. personen die zich aan landverraad en zwarte handel schuldig hadden gemaakt en moest men nog inventariseren welke eigendommen van inwoners er door de Duitsers waren gevorderd. De verzetsgoep sectie 4, Woutersweg/NaaldwijksewegDinsdag 22 mei was er een stafvergadering van de B.S. Daarbij kwam o.a. aan de orde het tijdelijk tewerkstellen van N.S.B.- ers, en het afvoeren van hen naar het gevangenenkamp “De Vergulde Hand” in Vlaardingen. Ook werd nog gesproken over het grote gebrek aan arbeidskrachten in het tuinbouwbedrijf terwijl er mannen waren die geen werk hadden en probeerden in de bunkers van alles weg te halen. Die dag was er een incident bij de bunkers bij de coupure aan het begin van de Noordlandseweg, waar enkele gewapende Haagse B.S-ers werden gesignaleerd die na een gesprek met de ’s-Gravenzandse B.S. verdwenen. ‘s-Avonds was er nog een stafbespreking met burgemeester Schokking en loco-burgemeester Van Geest. Eind mei zat het meeste werk voor de plaatselijke BS erop. De organisatie zou op korte termijn opgeheven worden. Daarna begon het gewone leven langzamerhand weer op gang te komen.Auteur: Jan Dahmeijer van Vereniging Oud 's-GravenzandeBronnen:- Dagboek gemeentesecretarie 1944/1945 door N. den Ouden - boekje “Stad binnen de vesting, ’s-Gravenzande in de Tweede Wereldoorlog “ door J.Dahmeijer, M.M.Dahmeijer-Fousert en A.A.G.Immerzeel- Aantekeningen en interviews van de Historische werkgroep Oud ’s-Gravenzande m.b.t. WOII- Notities van P.de Jong, ambtenaar ter secretarie
Lees meer
Streekhistorie: De eerste veertien dagen van burgemeester Kramers zondag 29 maart 2020 09:09

Streekhistorie: De eerste veertien dagen van burgemeester Kramers

Alle evenementen en activiteiten rond Dodenherdenking en Bevrijdingsdag zijn dit jaar afgelast. Natuurlijk wordt er twee minuten stilte gehouden op 4 mei, maar het jubileumjaar van de bevrijding wordt niet in mei gevierd. De expositie van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul over oorlog en bevrijding in de twee dorpen wordt verplaatst naar december 2020. Om toch in de aanloop naar 4 en 5 mei aandacht te blijven houden voor deze periode, volgt hieronder een verslag van waarnemend burgemeester Richard Kramers over de eerste twee weken na de bevrijding dat hij stuurde aan de Commissaris der Koningin. De tekst is letterlijk overgenomen. Aan den Heer Commissaris der Koningin in de provincie Zuid-HollandVerslag. Wateringen, 19 mei 1945.Bij schrijven van 15 Mei j.l. zond ik u bericht, dat ik op Maandag 7 dezer de functie van loco-Burgemeester van Wateringen heb aanvaard. Ik veroorloof mij thans u een kort verslag aan te bieden van hetgeen door mij in de afgeloopen dagen is verricht en van hetgeen in deze gemeente is voorgevallen.Op Maandag 7 Mei 1945, des morgens om 9 uur, heb ik de taak van Burgemeester dezer gemeente op mij genomen. Tijdens een conferentie betreffende het verkrijgen van turf ten behoeve van de bakkers en de centrale keuken, verscheen de heer W.J. Boxce, de door de Duitschers tot Burgemeester van Wateringen benoemde N.S.B.-er. Ik heb dezen de gewijzigde omstandigheden onder het oog gebracht en heb hem verzocht de daaruit volgende conclusies te trekken. W.J. Boxce heeft mij hierop de noodige sleutels en bescheiden overhandigd en de onder hem rustende voorschotkas overgedragen. Hierna is de heer Boxce - met de arrestatie van N.S.B-ers e.a. was alhier nog geen aanvang gemaakt - naar zijn huis te Rijswijk teruggekeerd. Naar mij werd medegedeeld, is hij op Woensdag d.a.v. in verzekerde bewaring gesteld.W.J. Boxce, burgemeester van Wateringen 1942-1945Op Maandagmiddag is een begin gemaakt met de arrestatie van N.S.B-ers. Voor zoover door mij is kunnen worden geconstateerd, heeft deze arrestatie op behoorlijke wijze plaats gevonden, zonder onnoodige of minder passende demonstraties. Ook de bevolking gedroeg zich zooals het aan Nederlanders past.Contact met de N.B.S. en met de Kon. Marechaussee is door mij eerst verkregen op Woensdag, 9 Mei, als gevolg van een uitnoodiging mijnerzijds aan de betreffende commandanten tot eene bespreking van den gang van zaken en van de te nemen maatregelen. Bovendien heb ik Woensdagmiddag aan den commandant der N.B.S. als mijn wensch te kennen gegeven, dat het kaalknippen der vrouwen, die in bewaring waren gesteld, althans niet in het openbaar zou plaats vinden. Ik meende in het in het openbaar kaalknippen te moeten zien een onnoodige demonstratie, welke bovendien de gedurende de laatste jaren toch reeds niet verbeterde moraliteit onder de jeugd niet ten goede zou komen. Aan mijn wensch is gevolg gegeven, het kaalknippen heeft niet in het openbaar plaats gevonden.De eerste dag na de bevrijding werden vrouwen en meisjes, die tijdens de bezetting omgang hadden gehad met de Duitsers, in het openbaar kaalgeknipt. Dit werd hierna niet meer toegelaten.In den avond van Woensdag 9 Mei heeft er echter een voorval plaats gevonden, dat ik meende niet zonder meer te mogen laten passeeren. U gelieve te dezen aanzien hierbij aan te treffen een afschrift van een terzake door de Kon. Marechaussee opgemaakt rapport. Ik heb mij veroorloofd mij mondeling hieromtrent te verstaan met den Gewestelijk Commandant der N.B.S. te den Haag, die tegenover mij zijn afkeuring over het gepasseerde heeft uitgesproken en de Districts-commandant Westland voor eene verantwoording heeft opgeroepen.Op Donderdag, 10 Mei 1945, moest worden gezorgd voor een inkwartiering en legering in tenten van plm. 250 man Canadeesche troepen. Drie groepen van ruim 60 man werden in tenten ondergebracht resp. aan den Kwintsheulweg en op weiden aan den Noordweg. Deze groepen zijn inmiddels vertrokken. Ingekwartierd zijn alhier nog 25 man in het gesticht “Huize Sint Jan” en 20 man bij particulieren aan den Ambachtsweg. De ontvangst dezer troepen door de bevolking was allerhartelijkst. De soldaten gedragen zich correct en een prettige sfeer van vriendschap is ontstaan.Ontvangst van de Canadezen in het raadhuis van Wateringen, waar de nieuwe burgemeester Richard Kramers (midden met bril) speciaal Piet van der Doef (links van hem met bloemen) welkom heette, die als geboren Wateringer in dienst van de Canadezen met hen in de eerste groep ons dorp binnentrok.De moeilijkheden der voedselvoorziening werden in de week der bevrijding door de inwoners met opgewektheid verdragen. Toen echter in het begin van deze week nog slechts zeer weinig van de toegezonden voedselvoorraden in distributie waren gebracht, begon de stemming onder de inwoners met den dag onrustiger te worden. De eerste helft dezer week was dan ook uit het oogpunt der voedselvoorziening de slechtste die gekend is.Op 11 Mei j.l. werd onopzettelijk een inwoner dezer gemeente door een lid der N.B.S. doodgeschoten. Dit ongeluk moet m.i. worden gemeten aan de gebrekkige geoefendheid met het wapen van de betrokken N.B.S.-er, die zich van het gevaar aan vuurwapenen verbonden niet voldoende bewust is geweest. Deze aangelegenheid is in onderzoek bij de politie in ’s-Gravenhage (Loosduinen), in welke gemeente het ongeluk plaats vond. De N.B.S. draagt thans geen geladen sten-guns meer en is niet meer dan strikt noodig bewapend.Reeds op Zaterdag 12 Mei j.l., had ik mij om voorziening hierin gewend tot de A.V.A., Hooftskade 1 te den Haag. Mijn ervaring met deze instantie kan, gezien ook het feit, dat ondanks toezegging niets werd bereikt, niet prettig worden genoemd. Dank zij echter het ingrijpen van het Militair Gezag konden 17 en 18 Mei reeds voedselvoorraden in grooter omvang onder de bevolking worden verdeeld, hetgeen de gemoederen reeds terstond tot rust bracht.Op het oogenblik maakt de huisvesting van de inwoners der gemeente voor mij een onderwerp van studie uit. Ten gevolge van evacuatie van andere gemeenten naar Wateringen zijn er hier en daar noodzakelijkerwijze samenwoningen ontstaan, welke moeilijk gehandhaafd kunnen blijven. Ik verwacht hierin, dank zij het vrijkomen van eenige woningen van N.S.B-ers, een oplossing te kunnen vinden.Ik moge hopen, dat het bovenstaande verslag U een inzicht zal hebben gegeven, van hetgeen gedurende de laatste 14 dagen te Wateringen is gepasseerd.De Burgemeester van Wateringen.R.A. Kramers. Dit was een bijdrage van de Historische Vereniging Wateringen-Kwintsheul
Lees meer
Streekhistorie: Het gif van de pandemie zondag 22 maart 2020 08:08

Streekhistorie: Het gif van de pandemie

Coronavirus 20 maart 2020… Mensen lopen schichtig met een grote boog om elkaar heen. RIVM adviseert: “Minstens 1,5 m. afstand houden, in je elleboog hoesten en niezen, regelmatig handen wassen, (sociale) contacten beperken, werk thuis, BLIJF THUIS!” Spaansche Griep/Spaanse Ziekte/Hongerziekte 1918, zo’n 100 jaar geleden… De Gezondheidscommissie te Naaldwijk adviseert: “Bezoekt geen vermakelijkheden of vergaderingen in overvolle zalen. Weest rein op uw lichaam, uw kleeren en uw woningen!” 2020 is het jaar waar later de geschiedenisboeken vol van zullen staan, het jaar waarin de wereld moest strijden op leven en dood tegen een onzichtbare vijand: ‘Pandemie Corona’! De Spaanse griep in cijfersEens in de 100 jaar heeft de wereld te kampen met een nieuwe pandemie, een epidemie van wereldformaat. De laatste grote pandemie was de Spaanse griep in 1918. Dit was het laatste en naarste jaar van de Eerste Wereldoorlog (WO 1: 1914-1918). Wereldwijd zijn er naar schatting tussen de 25- en 100 miljoen dodelijke slachtoffers gemaakt. In Nederland waren er ruim 40 duizend. Beide wereldoorlogen eisten respectievelijk 19- en 60 miljoen levens. Er zijn dus meer mensen aan ziekte gestorven dan aan oorlogsgeweld. Ofschoon je wel kunt stellen dat oorlogen en hongersnood en slechte huisvesting voor een razendsnelle verspreiding van virussen zorgen en dus medeschuldig zijn. De pandemie Spaanse griep en haar impact op onze wereldgeschiedenis zijn tot nu toe altijd onderbelicht gebleven in onze historische beschrijvingen. Huidige wetenschappelijke onderzoekers menen dat toen de Spaanse griep in 1920 was ‘uitgeraasd’ bijna 1 op de 3 wereldburgers ziek was geweest. Op een wereldbevolking van toen 1,8 miljard betrof dat 500 miljoen mensen! Corona De nieuwste pandemie, die nu ook sinds kort Nederland heeft bereikt, heet corona. Westland kent nu nog maar 4 inwoners die besmet zijn met het coronavirus, maar hoeveel zijn het er op het moment dat u dit artikel leest? Virus betekent ‘vergif’ in het latijn. Laten we hopen dat we snel het juiste ‘antigif’ voor corona vinden. Besmetting vanuit de dierenwereldBeide virussen vinden hun oorsprong in de dierenwereld. De Spaanse griep is waarschijnlijk via vogels en varkens bij de mens terechtgekomen, ook veel paarden waren besmet. Corona is vermoedelijk afkomstig van vleermuizen. Binnenkort weten we hopelijk alles over deze nieuwe ziekte en zijn we in staat om het virus onder controle te houden. Uiteraard zijn er grote verschillen tussen beide virussen, maar het loont de moeite om het omgaan met griepepidemieën toen en nu te vergelijken. Gemiddeld sterven er jaarlijks door gewone griep zo’n 250.000 tot 500.000 mensen. Ziekte als wapen in oorlogstijdDe Spaanse griep ontstond niet in Spanje (dit land was neutraal tijdens WO 1), maar dankt haar naam aan het feit dat het Spaanse journalisten waren, die de eerste berichten over deze nieuwe ziekte de wereld instuurden. De griep is waarschijnlijk ontstaan op een Amerikaanse legerbasis via een besmetting van dieren op mensen. Daarna is de besmetting doorgegeven van mens tot mens en via honderdduizend militairen in overvolle schepen vanuit de VS naar Frankrijk getransporteerd. Talloze jonge Amerikaanse soldaten kwamen daar in smerige loopgraven en volle kazernes terecht, ook samen met andere geallieerde manschappen. Het virus had vrij spel! En steeds werden er nieuwe troepen getransporteerd naar het front, die ook besmet raakten. Een explosie van ziektes. Een andere theorie meldt dat Chinese arbeiders, die de geallieerden hielpen bij de aanleg van de loopgraven, het virus (als varkensvirus) meenamen uit China. Weer een andere theorie meldt dat het virus in Europa zelf is ontstaan, in een legerkamp in het Noord-Franse Étaples. Talloze soldaten, burgers, pluimvee (kippen, ganzen en eenden) en varkens zaten daar op een kluitje opeengepakt en besmetten elkaar over en weer. De verspreiding naar de nabije omgeving voltrok zich razendsnel. Ziektes stoppen helaas niet bij landsgrenzen… Daarbij kwam ook nog dat deze nieuwe ziekte onvoldoende of zelfs helemaal niet bestreden werd. De geallieerde landen hadden er alle belang bij om de ziekte-explosie te verzwijgen of te bagatelliseren. Vijand Duitsland mocht niet denken dat een eindoverwinning nu makkelijk te behalen was. De Duitsers hadden net zo goed te lijden van de Spaanse griep. Zij noemden het ‘De Vlaamse griep’. Uiteindelijk ging het erom de zieke, sterk verzwakte legers niet verder te laten verslappen. Degene die steeds verse manschappen kon aanvoeren, zou winnaar worden. De aanvoer vanuit de VS ging daarom non stop door met instemming van de Amerikaanse president Wilson. Zelfs toen Wilson wist dat zijn jonge soldaten vrijwel zeker aan de griep zouden bezwijken. Duitsland daarentegen kreeg geen nieuwe manschappen meer doorgestuurd via het thuisfront! Het einde van WO 1 naderde. Geen aflossing betekende de nekslag voor de uitgeputte Duitsers. Half juli 1918 waren er in Frankrijk 1 miljoen Amerikaanse militairen. Bijna 60.000 daarvan zijn door ziekten (hoofdzakelijk griep) overleden. De Spaanse griep in NederlandIn juli 1918 breekt de griep officieel uit in Nederland. De eerste griepgolf (in juli, augustus en september) en de tweede golf (in oktober, november en december) eisten in Nederland in totaal 17.396 slachtoffers. Een enorme stijging van het sterftecijfer. De griep sloeg vooral toe onder het jonge, sterkste en gezondste deel van de bevolking: de groep 15 tot 30 jarigen, en niet, zoals gebruikelijk, vooral bij kinderen en ouderen. Baby’s en peuters tot en met 4 jaar hadden meestal nog genoeg antilichamen(immuniteit) bij zich dankzij de borstvoeding van hun moeders. Zouden de ouders/grootouders van 1918 meer weerstand hebben gehad dan hun oudere, jong volwassen kinderen vanwege eerdere, meer onschuldige circulerende griepvormen in de jaren vooraf? En daardoor minder risico hebben gelopen? Kan het zijn dat deze griep juist toesloeg bij jonge volwassenen, omdat hun sterkere immuunsysteem te fel reageerde op de binnendringende ziektekiemen waardoor ze stierven? Hoe fel zal dan het immuunsysteem te keer zijn gegaan van hun leeftijdgenoten onder de jonge Amerikaanse soldaten die royaal ingeënt waren tegen allerlei ziektes (zo’n 14 tot 26 vaccinaties per persoon)vlak voordat ze op transport gingen naar Frankrijk? Waarschijnlijk werd door al die vaccinaties hun immuunsysteem zodanig beïnvloed dat zij juist nog meer dan normaal het risico liepen om de Spaanse griep te krijgen! Hoog sterftecijfer Westland in 1918Er is helaas weinig onderzoek gedaan naar de regionale spreiding van de sterfte als gevolg van de Spaanse griep. Maar wel is in kaart gebracht dat het Westland naar verhouding een hoog sterftecijfer had in 1918. Gemeente Naaldwijk meldde op 14 december 1918 dat naar schatting zo’n 1000 ingezetenen aangetast waren door de Spaanse griep. De eerste griepgolf in milde vormBegin 1917 beweerden adverteerders in Westland nog dat je een griep prima kon bestrijden met pakjes kruiden van Jacoba Maria Wortelboer. Die pakjes waren verkrijgbaar bij vele apothekers, alle drogisten en bijna alle andere winkeliers. En flessen abdijsiroop niet te vergeten. De bestrijding met alcoholhoudende drank(jenever) bleek ook hier zijn vruchten af te werpen. Er braken goede tijden aan voor kwakzalvers! De reguliere geneeskunde en de gezondheidsdienst kregen niet altijd het vertrouwen dat ze nodig hadden.De militairen van de land- en zeemacht waren de eerste slachtoffers van de nieuwe griep. In juli 1918 werd in Hoek van Holland een deel van de Holland Amerika Loods als hospitaal voor hen ingericht om te herstellen.Hoewel de nieuwe griep zich in eerste instantie niet ernstig liet aanzien, breidde de ziekte zich in augustus 1918 uit. Het postkantoor in Naaldwijk werd ‘s middags van 2 tot 5 uur gesloten wegens ziekte onder het personeel en dit kwam bij meer bedrijven voor. Over ‘s Gravenzande meldde op 3 augustus 1918 de Westlandsche Courant: “De gevallen van Spaansche Griep nemen hier sterk toe, er komen huisgezinnen voor, waarvan bijna allen de onaangenaamheden van deze ziekte ondervinden. Het zij dan ook een ieder aangeraden om, als men niet door bijzondere omstandigheden moet omgaan met een lijder van deze, zich snel verspreidende ziekte, uit den weg te blijven; het ontwijken van een zieke mag niet aangemerkt worden als een onhartelijkheid tegenover de zieke, integendeel, als een voorzorgsmaatregel tegen eigen besmetting en daarmee gepaard gaande verspreiding.”Eind augustus 1918 overleed het eerste slachtoffer van deze griep. Dacht men begin september nog dat de Spaanse ziekte zo goed als geweken was en dat zij gelukkig niet lang en streng had geheerst, halverwege september kwam men hier op terug. Er kwam toch weer een uitbreiding, die vooral de burgerij in de verschillende Westlandse dorpen trof. In sommige gezinnen waren wel 4 of 5 leden tegelijk ziek. Maar ook de zakenwereld kampte steeds vaker met ziek personeel. Deze ziekte was dus duidelijk onderschat.De tweede griepgolf kwaadaardigerIn oktober 1918 was de ziekte op zijn hoogtepunt. In het algemeen zocht men de oorzaak van deze ziekte in de onvoldoende en slechte voeding van de laatste tijd. Slechte woningtoestanden speelden ook een rol. De Spaanse ziekte werd daarom al snel ‘hongerziekte’ genoemd. Men dacht toen nog dat alle soorten griep door een bepaalde influenza-bacterie werden veroorzaakt. Bacteriën kende men wel, die waren per microscoop waarneembaar, maar niemand kende het bestaan van virussen. Virusdeeltjes werden pas in 1933 ontdekt als verwekkers van vele soorten griep. Virussen lijken op bacteriën maar zijn veel kleiner: kleiner dan het 5000ste deel van een millimeter! Penicilline, antibiotica of griepvaccins bestonden nog niet. In de Westlandsche Courant van 25 november 1918 (einde WO 1) adviseerde een geneesheer dat je de ziekte Spaanse Griep prima kon voorkomen door zich zowel van boven als van onderen goed warm aan te kleden. De tegenwoordige kleding van de dames was onvoldoende : zelfs zonder griep-epidemie stonden zij al bloot aan een longontsteking! Vanwege de grote schaarste aan wollen stoffen kon men heel goed kranten- en pakpapier als tussenkleding voor borst en rug bezigen. Ook het bevorderen van de darmstofwisseling door laxeermiddelen, zelfs bij regelmatige functie, werd als een goede preventie gezien! 13 november 1918 maakt men melding van 5 sterfgevallen in Naaldwijk door de Spaanse griep: 2 slachtoffers in ‘s Gravenzande en 3 sterfgevallen in Monster, waaronder een vader met zijn zoon.Op 4 december 1918 meldt de Westlandsche Courant over Poeldijk: “De Spaansche griep neemt hier wel af, doch niet in hevigheid zelf. De ziekte is menigmaal kwaadaardiger en gevaarlijker dan aanvankelijk.” Het virus van de Spaanse griep bleek van een aanvankelijk milde vorm, waarbij de mensen een paar dagen ziek waren en er weinig doden vielen snel te kunnen veranderen (muteren) naar een dodelijke variant. Het virus kon zelf erfelijk materiaal uitwisselen en werd gevaarlijker. De complicaties werden daardoor heftiger. Het virus tastte direct de longen aan. Een groot deel van de patiënten stierf daardoor binnen 24 uur een snelle en afgrijselijke dood. De derde griepgolf : nieuwe slachtoffers.De derde griepgolf ontstond na de Duitse capitulatie en reisde eind november 1918 en begin 1919 mee met alle honderdduizenden soldaten die huiswaarts keerden en hun gezinnen, familieleden en vrienden in de armen sloten. De feestelijke massabijeenkomsten om de vrede te vieren droegen bij aan een razendsnelle verspreiding van dit besmettelijke virus. De Spaanse griep kan zelfs een ingrijpende rol gespeeld hebben bij de afrekening met Duitsland tijdens de vredesonderhandelingen in Versailles. Veel politici en diplomaten waren in de lente van 1919 ziek geworden. Ook de machtige Amerikaanse president Wilson was slachtoffer van de Spaanse griep en kon niet naar Versailles komen. De wel aanwezige geallieerde partners, de Europese landen, legden Duitsland ongenadig zware sancties op met forse herstelbetalingen. Was de diplomatieke Wilson er wel bij geweest dan zou Duitsland er vermoedelijk genadiger van af gekomen zijn. Nu bleef Duitsland vol wraakgevoelens achter. Zo werd onbedoeld een stevige voedingsbodem gelegd voor het ontstaan van een nieuwe oorlog van wereldformaat: WO 2. Een virus zonder eindeOp 12 november 1919 staat in een bericht over Naaldwijk te lezen: “De Spaansche griep heeft wederom haar intrede gedaan in het dorp. In enkele gezinnen komt de ziekte al voor en men spreekt al van een geval met doodelijke afloop. Maandag kwam daar een tweede geval bij: in een gezin stierven twee broers enkele dagen na elkaar.” In 1920 maakt de Spaanse griep haar laatste slachtoffer. Ze was toen ‘uitgeraasd’. Voorgoed verdwijnen doet ze echter niet. Rond 1975 blijkt o.a. in de VS nog een influenza-A-virus in een varkensstapel in de VS te circuleren dat de Spaanse griep pandemie van 1918 veroorzaakte. Haar gif leeft dus voort. Als influenzavirus kan zij immers telkens een nieuwe vermomming kiezen : muteren!Wie de Spaanse griep overleefde hield er vaak psychische aandoeningen als depressie en schizofrenie aan over. Ook kinderen, die de Spaanse griep in de baarmoeder hadden doorstaan, kregen later meer gezondheidsproblemen dan anderen.Dit valt ook te lezen in de brief van een schoondochter in de krant ‘De Westlander’ van 25 januari 1952 in de rubriek ‘Met Raad en Daad‘. Zij stelt daarin de volgende vraag: “Mijn schoonvader vervulde in 1919 zijn militaire dienstplicht, werd toen slachtoffer van de heersende spaanse griep. Hij is zodoende zijn gehele leven lijdende aan een geestesstoornis, die op geregelde tijden terugkeert. Kan mijn schoonvader nu voor pensioen in aanmerking komen volgens een, naar ik gehoord heb in 1945 gewijzigd wetsontwerp? Zo ja, kunt u mij het adres geven waartoe ik mij kan wenden?” Antwoord van de redactie: ”Een desbetreffend wetsontwerp is ons niet bekend. De ziekte van uw schoonvader is niet ontstaan door de dienst (spaanse griep kan iedereen krijgen). Wij raden u echter aan een brief aan het Ministerie van Oorlog te schrijven, afdeling Pensioenen te den Haag. Leg alle u ter beschikking staande bewijsstukken over. Vermeld ook of uw schoonvader al of niet gewerkt heeft, en zo neen, waarom niet. Geef ook de ouderdom op. Deze zaak zal dan ongetwijfeld degelijk worden onderzocht.”Uit degelijk onderzoek blijkt dat de bevolking zich na de Spaanse griep snel herstelde. De overlevenden gingen met volle energie verder: er volgde wereldwijd een babyboom!Hopelijk geeft een ‘uitgeraasd’ coronavirus dadelijk aanleiding voor nieuwe ‘muterende’ inzichten hoe wij met onze kwetsbare mensheid om dienen te gaan…en dan ook met geboortebeperking!Met dank aan alle bronnen voor dit artikel. Auteur: Corrie Stolk namens Historische Vereniging Naaldwijk Honselersdijk Bronnen:Wikipedia w.b. trefwoorden als Spaanse Griep, pandemie, epidemie, influenza, virussen enz…Historisch Nieuwsblad artikel 48851 ‘De sluipmoordenaar van WO 1.: De Spaanse Griep’Historiek.net 79002: Pandemie 1918 Spaanse GriepSpaanse Griep en WO 1., het drama van 1918 door Eric MeckingHistorisch Archief Westland (HAW): * Beeldmateriaal door Jolanda Faber*Selectie berichten Westlandsche Courant door Els Spaargaren ‘ De Spaansche Griep 1918’ (Naaldwijk en Honselersdijk)Westlandsche Courant: Westland algemeen: *13-01-1917 blz. 12 *20-07-1918 blz. 1+2 *03-08-1918 blz. 1 *13-11-1918 blz. 1 *23-11-1918 blz. 2 *04-12-1918 blz. 5 *28-12-1918 blz. 4De Westlander: * 25-01-1952 blz. 15 Rubriek Raad en Daad : ‘Brief van een schoondochter’ * 18-07-1958 blz. 11 ‘Giftanden van de griep zijn uitgetrokken’ * 22-11-1963 blz. 14 ‘Veel voorkomende virusziekten’ dr. Alfreda BriedéTwitter HAW 17 maart 2020 : ‘Advies van de Gezondheidscommissie te Naaldwijk 1918’Volkskrant 13-03-2020 door Cor Speksnijder ‘Het coronavirus wordt vergeleken met de Spaanse griep. Maar de verschillen zijn groot.’ En De Volkskrant Wetenschapsnieuwsbrief.De biometer in kaart gebracht, zuigelingen- en totale sterftecijfers voor Nederlandse gemeenten, 1812-1939 blz. 21 t/m 32 door F. van Poppel en E. Beekink Coronacrisis: online platform voor hulpbehoevende Westlanders 15 maart 2020 WOSTwitter HAW 17 maart 2020: Advies Gezondheidscommissie te Naaldwijk 1918
Lees meer
Streekhistorie: Vafamil camping Hoek van Holland zondag 15 maart 2020 09:09

Streekhistorie: Vafamil camping Hoek van Holland

Bij veel bewoners van het dorp Hoek van Holland en omgeving was het weinig bekend dat er, diep verscholen in de prachtige duinen van Hoek van Holland een camping voor militairen en hun familie was gelegen. Deze Vafamil camping was gevestigd aan de Strandweg 15, in het zogenoemde ‘Vinetaduin’ te Hoek van Holland, gemeente Rotterdam. Het terrein was eigendom van het Rijk en het in beheer bij de Stichting Vakantie Faciliteiten Militairen (VAFAMIL) gevestigd te Den Haag. Deze stichting werd begin 1960 opgericht en beheerde een aantal campings, jachthavens en een reisbureau.De stichting werd opgericht ten behoeve van defensiepersoneel voor het uitoefenen van vakantie- en vrijetijdsbesteding.In die tijd, de jaren 1950 en ’60 waren de lonen van de ambtenaren erg laag in vergelijking met overige werknemers in het land. De toenmalige regeringen wilde deze lonen niet verhogen daarom zocht men op de departementen naar andere mogelijkheden om het personeel tegemoet te komen. Men besloot om op de militaire oefenterreinen hoekjes ter beschikking te stellen voor sta-caravans. Hier konden de mensen tegen zeer lage kosten een plaats krijgen of een huisje huren. Entree met receptie/recreatie gebouw. (G. v.Geffen)In 1963 werd te Hoek van Holland een hoek van het defensie terrein ingericht als militaire camping ten behoeve van de VAFAMIL. Het terrein, waarin een grote concentratie bunkers uit de Tweede Wereldoorlog ligt, was in het kader van de zogenaamde “Koude Oorlog” in gebruik bij de Koninklijke Marine. Het terrein te Hoek van Holland lag binnen het zogenaamde ‘Spanjaardsduin’. Bij de bevolking beter bekend onder de Duitse naam ‘Vinetaduin’. Het terrein is ongeveer 3 ha. groot en bood plaats aan 35 sta- seizoenplaatsen voor caravans en 5 volledig ingerichte stacaravans.De kantine en het kantoor van de beheerder van de camping waren gevestigd in een grote houten barak. Deze barak was een overblijfsel van de 9 barakken welke waren gebouwd in 1935 ten behoeve van de Nederlandse kustbatterij V. Deze batterij bestond uit 4 geschut kazematten met 4stukken 15cm kustgeschut en een vuurleiding kazemat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers een aantal barakken gesloopt om plaats te maken voor de bunkerbouw.De camping was een natuurcamping en lag verscholen in een mooi duinterrein tussen hoge duinen. Op het terrein bestond geen onderscheid tussen rangen en standen ook niet tussen de diverse onderdelen van de krijgsmacht.Mooi hoekje op camping. (G. v.Geffen)In 1976 werd de stichting geprivatiseerd en maakten de vakbonden voor defensiepersoneel deel uit van het dagelijks bestuur. De regels werden verruimd zodat ook burgerpersoneel, gepensioneerden, veteranen en burgerambtenaren met hun gezinnen toegang kregen tot de terreinen van de stichting Vafamil. In 1987 besloot het toenmalige dagelijks bestuur van de Deelgemeente Hoek van Holland het kamperen op de Vafamil camping niet meer te tolereren. Men verbood dit op grond van een bestemmingsplan uit 1948. Volgens dit plan was de bestemming van het terrein “defensieterrein” en geen kampeerterrein. In 1989 werd door de Deelgemeente het campingbeleid vastgesteld in de nota “verblijfsrecreatie”. Hierin werd opnieuw bepaald dat de militaire camping moest verdwijnen.De Stichting Vafamil kreeg een bevel tot ontruiming van de camping toegestuurd van de gemeente Rotterdam. De camping moest met ingang van 1 januari 1990 worden ontruimd. De Deelgemeente wilde het terrein toegankelijk maken voor recreatie.De Stichting Vafamil ging tegen de ontruiming in beroep bij de Raad van State. De rechters hadden weinig begrip voor de actie van de Deelgemeente. Zij waren van mening dat de kampeerders in de loop der jaren nogal wat rechten hadden opgebouwd en dat de gemeente Rotterdam geen belang had bij een spoedige ontruiming van de camping. De gemeente moest met Vafamil onderhandelen om tot een oplossing te komen. De Raad van State besloot het ontruimingsbevel te schorsen.Vijf jaar later, in 1994, begon de Raad van State een bodemprocedure om tot een definitief oordeel te komen over de toekomst van de militaire camping.Nadat de salarissen van het overheidspersoneel eind jaren 60 flink werden opgetrokken konden zij zich meer veroorloven, ook op het gebied van vrijetijdsbesteding. Daarom wilde het ministerie van defensie stoppen met het subsidiëren van nevenactiviteiten. Het zou echter nog tot 1999 duren voordat de subsidie voor VAFAMIL zou worden stopgezet. De terreinen bleven echter wel in beheer bij de stichting maar de ondersteuning van defensie, in de vorm van werkzaamheden door de genie en dergelijke verviel. In 2003 werd het Vinetaduin, met uitzondering van het Vafamil terrein, overgedragen aan de Stichting Zuid-Hollands Landschap.In 2009 besloot het Ministerie van Defensie de Vafamil terreinen af te stoten. Men vond het exploiteren van recreatie terreinen ten behoeve van militairen geen taak van Defensie. Gelet op het besluit van de Raad van State bleef het terrein als camping bestaan.Camping na de brand. (G. v.Geffen)In de nacht van 12 op 13 juni 2011 te 02.30 uur ontstond er een brand in de kantine op het terrein van de camping. Het werd een grote brand waarbij de kantine helemaal afbrandde samen met twee caravans en negen personenauto’s. ook ontploften er gasflessen. Er vielen geen gewonden. Er werden 69 kampeerders geëvacueerd en opgevangen in het verzorgingshuis Bertus Bliek, een verzorgingshuis in het centrum van Hoek van Holland. De brand betekende echter het einde van de Vafamil camping te Hoek van Holland. In 2014 werd het terrein aangemerkt als natuurgebied. Op 1 januari 2015 moest het terrein ontruimd zijn en overgedragen aan Defensie. Het ministerie droeg op haar beurt het kampeerterrein weer over aan het Rijksvastgoed- en ontwikkelingsbedrijf (RVOB). Dit bedrijf zette het hele Vafamil terrein in de verkoop.Nadat het voormalige kampeerterrein werd verworven door de gemeente Rotterdam werd in januari 2018 besloten dat het terrein gebruikt zal worden voor kleinschalige en natuurgerichte activiteiten, waarbij 2/3 van het terrein de bestemming natuurterrein zou krijgen en 1/3 eventueel zal worden ingericht als eenvoudige kampeerplaats voor campersBronnen:- De Vuurtoren, 11 oktober 1990.- Reformatorisch Dagblad, 5 juli 1994.- De Telegraaf, rubriek “Toen”. - Haagse Courant 12 mei 2005.- Fortificatieforum internet, brand camping Vafamil. gegevens P. de Krom.- www.rijnmond.nl/nieuws/. 13 juni 2011. Brand camping Vafamil.- Jaarverslag 2018 Zuid-Hollands Landschap.Auteur: Dirk Ruis van het Historisch Genootschap Hoek van Holland
Lees meer
Streekhistorie: De blokkade van Het Scheur zondag 8 maart 2020 09:09

Streekhistorie: De blokkade van Het Scheur

Maassluis staat dit jaar uitgebreid stil bij het feit dat het 75 jaar geleden is dat Nederland werd bevrijd van de Duitse overheersing. Dat wordt op allerlei manieren herdacht, waarbij ook gebeurtenissen in Maassluis uit de Tweede Wereldoorlog aan de orde komen. In dit verhaal gaat het over wat de Duitse bezetters deden om Het Scheur voor vijandelijke schepen te blokkeren. Dat is ook in Maassluis niet onopgemerkt gebleven. De angst van de Duitse bezetters werd in 1944 steeds groter. Ze waren zich ervan bewust dat een landing op de kusten van Frankrijk, België of Nederland te verwachten was. Alles werd door de Duitsers gedaan om een dergelijke landing te verijdelen. Een van die acties was het blokkeren van de vaarweg naar Rotterdam door het laten zinken van vier schepen ter hoogte van Maassluis.De Zuiderdam, tijdens of kort na het afzinken.De vier schepen die hiervoor werden gebruikt, waren de 'Zuiderdam', de 'Dinteldijk', de 'Prins Willem V' en de 'Baud'. De versperring was niet echt succesvol; de schepen lagen te veel naar de walkanten. Vaarweg blokkerenOp 22 september 1944 werd geprobeerd het ss 'Zuiderdam' van de Holland Amerika Lijn tot zinken te brengen aan de zuidwal van Rozenburg, ter hoogte van het dieselgemaal van Delfland 'Mr. dr. C.P. Zaaijer' bij de uitwatering van de Boonervliet. Dit was een nieuw schip van 11.000 ton, maar het was op de werf door een luchtaanval al flink beschadigd geraakt. Het schip zonk niet geheel weg, het bovengedeelte bleef boven water. Wel kreeg het een slagzij van 25 graden. Op 23 september 1944 werd aan de noordwal nabij het hetzelfde dieselgemaal het ss 'Dinteldijk' tot zinken gebracht. Dit schip zonk met het achterschip geheel weg.Hier liggen aan de noordoever twee schepen van de Holland Amerika Lijn, de Zuiderdam (links, gezonken op 22 september) en de Dinteldijk (rechts, gezonken op 23 september). Tussen beide schepen is de kerktoren van Maassluis te zien.Op 11 oktober 1944 zorgde een springlading van 18.000 kg dynamiet ervoor dat de 'Baud' van de Koninklijk Pakketvaart Mij. te Amsterdam aan de zuidwal helemaal onder water verdween. Op 5 oktober 1944 was op dezelfde hoogte de 'Prins Willem V' van de Rotterdamse Oranjelijn tot zinken gebracht. Van dit schip staken alleen nog de masten boven water. Snel opruimenNa de bevrijding was het van groot belang de verbinding tussen Rotterdam en de Noordzee zo snel mogelijk weer bevaarbaar te maken. Daarom begonnen al op 14 mei 1945 Engelse bergers met het weghalen van het wrak van de 'Baud'. Om de nog bestaande vaargeul te verbreden werd vervolgens het achterschip van de 'Dinteldijk' opgeblazen. De resten werden op de wal van Rozenburg gezet en vervolgens met dynamiet opgeruimd. Een zandzuiger zorgde ervoor dat de overige wrakstukken van dit schip in de rivierbodem werden verzonken.Hier liggen aan de noordoever de Zuiderdam (link) en de Dinteldijk (rechts).Direct na de bevrijding werd ook begonnen met het afdichten van de gaten in de 'Zuiderdam', waarna Van den Tak's Bergingsbedrijf begon met pompen om het schip lichter te maken en drijvend te krijgen. Negen staaldraden van 48 mm dik werden vanaf het schip op de wal vastgezet. Lieren moesten de kabels strak houden. Aan de stuurboordzijde werden tanks aangebracht om het schip in balans te houden. Uiteindelijk lukte het op vrijdag 15 november 1946 met assistentie van de sleepboten 'Minerva', 'Engineering', 'Drydock III' op het voorschip, en de sleepboten 'Drydock I', 'Drydock II' en 'Pernis' op het achterschip vastgemaakt, om het schip drijvende te krijgen. Zuiderdam.Laatste reisTijdens de sleepreis naar Rotterdam pompten de bergingsvaartuigen 'Ram', 'Meermin' en 'Dolfijn' aanhoudend op de ruimen. De berging was een groot succes voor Van den Tak's Bergingsbedrijf, dat opereerde vanuit de Maassluise buitenhaven. De 'Zuiderdam' bleek echter door de ontploffingen zodanig vernield, dat reparatie helaas niet mogelijk was. Het schip is toen verkocht aan de slopersfirma Heijgen te Antwerpen. Op dinsdag 8 juni 1948 voer de 'Zuiderdam', gesleept door de sleepboot ‘Zwarte Zee’ met kapitein A. Slijp en geassisteerd door de sleepboot 'Schelde' met kapitein B.C. Weltevreden, de haven uit voor haar laatste reis naar Antwerpen. Beide slepers waren van L. Smit & Co's Internationale Sleepdienst, ook gevestigd aan de buitenhaven van Maassluis.Op 15 november 1946 lukte het Van den Tak’s Bergingsmaatschappij om de Zuiderdam boven water te krijgen en naar Rotterdam te slepen.RestauratieDe 'Prins Willem V' werd volgens een geheel nieuwe methode gelicht, namelijk met een hydraulische vijzelinstallatie. Uitvoerder was het 'Bouw- en Montagebedrijf' te Rotterdam, met behulp van de zware drijvende bokken 'Adelaar', 'Ajax' en 'Atlas'. Op donderdagmorgen 11 december 1947 had men het schip drijvende en kon het naar Rotterdam worden gesleept. Gedurende de sleepreis verleenden de bergingsvaartuigen 'Bruinvisch' en 'Meermin' van Van den Tak assistentie door met pompen het vaartuig zoveel mogelijk in positie te houden. Na algehele restauratie kon het schip als eerste aanwinst voor de Nederlandse koopvaardijvloot in 1949 in de vaart worden gebracht. Het schip was 10 jaar oud.Auteur: Ineke Vink van de Historische Vereniging Maassluis
Lees meer
Streekhistorie: Oorlogsgraven van gesneuvelde soldaten in Monster zondag 1 maart 2020 09:09

Streekhistorie: Oorlogsgraven van gesneuvelde soldaten in Monster

Op de algemene begraafplaats aan de Molenstraat in Monster bevinden zich vijf grafstenen die worden onderhouden door de oorlogsgravenstichting. Het gaat om de graven van drie Nederlandse en twee Engelse in de Tweede Wereldoorlog omgekomen militairen. De drie Nederlandse soldaten zijn omgekomen tijden de meidagen van 1940. Zij waren tijdens de mobilisatie gelegerd in Monster. De algehele mobilisatie werd afgekondigd op 28 augustus 1939. Binnen 24 uur moesten de opgeroepen dienstplichtigen van de lichtingen 1924 tot 1938 zich melden op hun mobilisatiebestemming. De lichting 1939 was al onder de wapenen. In de gemeente Monster werden enkele eenheden Jagers en Veldartillerie gelegerd. Zij vonden onder meer onderdak in scholen en bij particulieren. Hun paarden werden gestald bij boeren in de omgeving, onder meer aan de Molenweg en de Madeweg. De officieren verbleven in hotel Overheijde aan de Choorstraat. Lijst van tijdens de eerste oorlogsdagen rond Ockenburgh en Wateringen omgekomen militairen van het regiment Jagers. Op de ochtend van de Duitse inval op 10 mei kregen de in Monster gelegerde militairen de opdracht op te rukken richting Loosduinen om te helpen bij de verdediging van het vliegveld Ockenburgh. Duitse soldaten waren in de vroege ochtend met vliegtuigen aangevoerd om deze strategische locatie in te nemen. In het duingebied tussen Monster en Loosduinen en langs de Haagweg is op die dag en de volgende dagen hevig strijd geleverd. Ook bij Wateringen kwam het tot een treffen. Bij deze gevechten zijn aan beide kanten veel slachtoffers gevallen. Alleen al bij het regiment Jagers waren 28 doden te betreuren. Een aantal gesneuvelde soldaten werd overgebracht naar de algemene begraafplaats in Monster. Zij zijn daar voorlopig begraven, maar naderhand op drie na elders herbegraven. De drie omgekomen soldaten die nu nog een graf hebben in Monster zijn:Grafstenen van de drie Nederlandse militairen.A. Wezenaar (30/12/1916-10/5/1940); dienstplichtig soldaat uit Den Haag, regiment Jagers, van beroep metselaar, gesneuveld bij de bossen aan de Monsterseweg tijdens opmars naar Ockenburgh door een schotwond in het achterhoofd.J.H. van Westbroek (6/5/1916-10/5/1940), dienstplichtig soldaat uit Den Haag, regiment Jagers, van beroep winkelbediende, gesneuveld bij de bossen aan de Monsterseweg tijdens opmars naar Ockenburgh door een schotwond in de hals.J. Plugge (24/11/1911-10/5/1940) uit Scheveningen, dienstplichtig soldaat, van beroep zeevisser, gesneuveld tijdens een gezamenlijke actie tegen op het strand gelande Duitsers. Tijdens de opmars werd grenadier Plugge toen hij munitie ging halen op het strand van Ter Heijde nabij strandpaal 110 door een schot in zijn hals en achterhoofd gedood. Hij is mogelijk door eigen vuur om het leven gekomen. Plugge was gehuwd en vader van een dochter.Trouwfoto van de op 10 mei 1940 gesneuvelde soldaat Albert Wezenaar en Helena Bruinsma.Deze militairen waren afkomstig uit de directe omgeving. Om die reden zullen hun families besloten hebben de resten van hun nabestaanden niet naar elders over te brengen, maar een definitieve rustplaats in Monster te geven.De twee Engelse militairen op de Monsterse begraafplaats zijn:H.N. Grainger, ordinary seaman Royal Navy, 20 jaar, gesneuveld op 6-10-1942.E.C. Woollard, air gunner Royal Air Force, 29 jaar, gesneuveld op 25-10-1942.Grafstenen van de twee Engelse militairen.Harry Norman Grainger, afkomstig uit Lincolnshire, voer op een motortorpedoboot van de Royal Navy. Hij kwam om bij gevechtshandelingen op zee en spoelde aan op het strand van Ter Heijde.Edwin Cuthbert Woollard, afkomstig uit Surrey en gehuwd met Florence Coulsdon, was boordschutter van een vliegtuig dat met vier andere bemanningsleden in zee is gestort op 10 km ten westen van Goeree. Ook zijn lichaam spoelde aan bij Ter Heijde.Auteur: Leo van den Ende van de Historische Vereniging Monster & Ter HeijdeBronnen:Ton Immerzeel, ‘De slag om Ockenburgh, 10 mei 1940’. In: Historisch Jaarboek Westland 2014.Bert Moor, Monster, Poeldijk en Ter Heijde 1940-1945.Website www.oorlogsgravenstichting.Website www.aviation-safety.net.De eerste foto is van Studiegroep Historisch Ockenburg
Lees meer
Streekhistorie: De Nieuwlandse Polder in ’s-Gravenzande zondag 23 februari 2020 08:08

Streekhistorie: De Nieuwlandse Polder in ’s-Gravenzande

Pas in de late Middeleeuwen is dit gebied ontstaan door verzanding van de Maasmonding. In de vroege Middeleeuwen liep de noordelijke oever van de Maas via de lijn Maassluis, Westerlee langs Naaldwijk naar Monster. Na het jaar 1000 is die brede Maasmonding langzaam gaan verzanden en ontstond een grote zandplaat ten zuiden van Monster. Op deze zandplaat ontstond in het midden van de 12de eeuw de nederzetting ’s-Gravenzande. Dit proces van verzanding en aanslibbing ging door, waardoor er in zuidelijke richting steeds meer nieuw land gevormd werd. Om deze nieuwe landaanwas te consolideren werd een dijk aangelegd. Dit ging in etappes, zo werd o.a. de Oude dijk aangelegd en later in de eerste helft van de 13de eeuw de Delflandse Maasdijk. Het buitendijkse gebied bleef in zuidelijke richting aanslibben en daarbij ontstond vanaf de 14de eeuw een wad-achtig gorzengebied wat als nieuw land Grafelijk bezit was. In 1322 werd dit gebied voor het eerst vermeld in een akte waarbij het “den Grooten Andel” werd genoemd. Dit zou een verwijzing kunnen zijn naar angel of haak en zou kunnen duiden op de haakvormige duinvorming die langs de rivieroever ontstond en aansloot op de duinen langs de kust. Kaart van de Nieuwlandse polder en het StaelduinIn 1328 gaf graaf Willem III van Holland het gorzengebied in leen aan Gerard van Voorne. Zijn dochter Machteld verpachtte dit in 1371 aan Willem van Naaldwijk, die het recht kreeg om het gebied te bedijken. In 1372 overleed Machteld van Voorne en kwam het gebied in bezit van het Kapittel van Sint Marie van de hofkapel (het Binnenhof) in Den Haag. Het pachtcontract met Willem van Naaldwijk werd beëindigd, waarschijnlijk omdat hij de bedijking van het gebied nog steeds niet ter hand had genomen. In 1414 werd het gebied opnieuw ter bedijking uitgegeven en nu aan de kanunnik Jan Gillisz. Van Wissenkerke, deken van het kapittel van Sint Pieter in de Noordmonsterkerk te Middelburg. De bedijking was in 1415 gereed en zo ontstond de polder het Nieuwland genaamd den Andel.De Nieuwe Sluis opgegraven (in 1988)Van Wissenkerke kreeg het recht om zelf dijkgraaf en hoogheemraden aan te stellen. De polder werd hierdoor geheel onafhankelijk van het landsheerlijk gezag en verkreeg daarmee een voor die tijd zeer bijzonder privilege. Bij deze overeenkomst werd tevens vastgelegd dat de buitendijkse gorzen die de bedijking volgden ook bij het Nieuwland hoorden, dus ook alle toekomstige grondaanwas. Dit zou in de toekomst nog een goudmijn worden voor de eigenaren van het Nieuwland, omdat de aanwas maar doorging en het gebied zo vele malen groter werd dan de Nieuwlandse polder. In de 17de en 18de eeuw werd dit buitendijkse gebied, het zogenaamde Buiten-Nieuwland, verder bedijkt, waardoor o.a. de Bonnenpolder ontstond.Kaart van het Staelduin met dorp uit 1560Het Nieuwland werd ingepolderd door de aanleg van de Nieuwlandse dijk, die aansloot op de rij duinen die de kust beschermden. Langs de Maasoever had zich ook een duinwal gevormd, haaks op de kustduinen gericht. Hier bevonden zich o.a. de Staelduinen. Deze haakse duinwal was echter niet aaneengesloten en ook niet overal hoog genoeg om stormvloeden te weerstaan. De Nieuwlandse dijk werd aangelegd net achter deze duinwal, wat dus een extra bescherming gaf. Ongeveer ter hoogte van de Heenweg sloot de Nieuwlandse dijk aan op de Delflandse Maasdijk. Niet helemaal op dezelfde plaats waar nu de Papedijk ligt, maar waarschijnlijk iets zuidelijker. De dijk is hier ooit een keer doorgebroken wat nu nog te zien is in het landschap, omdat de Papedijk hier een eigenaardige kronkel maakt. Na een dijkdoorbraak ontstond een diep uitgesleten kolkgat. Als men de dijk weer wilde dichten moest men voor de zekerheid in een ruime bocht om die kolk heen. Wanneer die dijkdoorbraak is geweest is niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk ergens in de 15de eeuw. De Nieuwe Sluis afgebroken voor de aanleg van de Nieuwe Laan/HaakwegDe Papedijk liep sinds 1449 vanaf de Nieuwlandse dijk naar de Staelduinen om een waterscheiding te creëren. Bij hoog water kon de vloed namelijk achter de Staelduinen langs nog in het buitendijkse gebied tussen de Nieuwlandse dijk en het Staelduin binnendringen. Bij stormvloed kwam het water uit zuidelijke richting vanuit de Maas, ging het achter de Staelduinen langs en werd het opgestuwd in de hoek waar de Nieuwlandse dijk aansloot op de Delflandse Maasdijk. Dit was altijd een zwak punt en vandaar dat de dijk daar ooit is doorgebroken. Kaart van de opgeslibde gronden ten zuiden van ’s-GravenzandeDe Papedijk kwam aan haar naam, omdat de priesters van de uithof Heimond aan het St. Jorispad, een bezitting van het klooster Mariënweerd in de Betuwe, via deze dijk naar het dorpje in het Staelduin liepen om daar in de kapel de H. Mis op te dragen. Die kapel was gesticht in 1373 door Willem van Naaldwijk, wat logisch was omdat hij toen dat hele buitendijkse gebied in pacht had. In de Staelduinen bevond zich een nederzetting waar voornamelijk vissers woonden. De naam Staelduinen zou ontleend zijn aan de stalen van de vissers, dit zijn de palen of staken waartussen zij hun netten spanden. De bewoners van het dorpje visten voornamelijk op zalm in de Maas, maar ook in het gorzengebied plaatsten zij hun netten en fuiken in de stroomgeulen, waar het bij het op- en afgaande water van de eb- en vloedstromen goed vissen was. De Staelduinen waren zo hoog en breed dat men daar goed beschermd was tegen stormvloeden en zeer veilig kon wonen.De Nieuwlandse molen ca. 1970De Nieuwlandse poldermolen na de ophoging ca. 1988Tijdens de Reformatie en de gevechten in het begin van de 80-jarige oorlog is de kapel waarschijnlijk verloren gegaan. In de 17de eeuw bleef het buitendijkse gebied verder aanslibben en daardoor kwamen de vissers van het Staelduin te ver van het water af te zitten. Zij trokken weg en van het dorpje bleef alleen een enkele boerderij over die nu nog te herkennen is in de Oude Koestal en de voormalige boerderij van Weterings.Auteur: Ton Immerzeel van het Westlands Museum
Lees meer
Streekhistorie: Grafelijke hoven in Holland zondag 16 februari 2020 12:12

Streekhistorie: Grafelijke hoven in Holland

Over de ontstaansgeschiedenis van Holland is niet zoveel bekend. Wat wij wel weten is dat de Hollandse graven hun gebied vanaf het einde van de 10e tot in de 13e eeuw vanuit hoven bestuurden en exploiteerden. Ook in het Westland, in 's-Gravenzande lag een dergelijk grafelijk hof. Over de ontstaansgeschiedenis van Holland is niet zoveel bekend. Wat wij wel weten is dat de Hollandse graven hun gebied vanaf het einde van de 10e tot in de 13e eeuw vanuit hoven bestuurden en exploiteerden. Ook in het Westland, in 's-Gravenzande lag een dergelijk grafelijk hof. Tijdens een lezing voor het Genootschap Oud Westland spraken de Vlaardingse stadsarcheoloog Tim de Ridder en de Leidse promovenda Middeleeuwse geschiedenis Roosje Peeters over grafelijke hoven in Holland. Wat moeten we ons voorstellen bij grafelijke hoven? Hoe functioneerden ze?Tim de Ridder werkt als stadsarcheoloog bij de gemeente Vlaardingen. Hij heeft onderzoek verricht naar het grafelijk hof in Vlaardingen. Roosje Peeters werkt als promovenda aan de Universiteit Leiden bij de sectie Middeleeuwse Geschiedenis. Zij doet onderzoek naar de grafelijke hoven in het huidige Zuid-Holland in de periode 900-1300. Daarbij kijkt zij ook naar het grootgrondbezit van de Hollandse graven en hoe deze hun hoven inzetten om hun macht uit te oefenen.Aanvankelijk lag het kustgebied van West-Nederland in de invloedssfeer van de Friezen. "Van de negende tot de elfde eeuw had het gebied te lijden van aanvallen en plunderingen door de Vikingen", zei De Ridder. In 885 vond de moord op de Viking Godfried plaats en kwam Gerulf aan de macht. Hij werd de stamvader van de Hollandse graven en zorgde voor de aanleg van zogenoemde ringwalburchten. Voorbeelden van dergelijke burchten zijn Den Burg op Texel, Egmond, Rijnsburg en Vlaardingen."Skeletten"In de zesde en zevende eeuw was er veel bewoning in het Rijnmondgebied en weinig in het Maasmondgebied. In 985 geeft de Duitse koning en leenheer Otto het Maasmondgebied aan graaf Dirk III van West-Friesland om een grootschalige ontginning van de moerasgebieden mogelijk te maken. In de tiende eeuw was er een klimaatverandering en werd het gebied droger. De versterking Vlaardingen groeide tot een zeer sterke burcht halverwege de elfde eeuw. Het aantal inwoners van Holland nam toe tot 85.000 in het jaar 1200. Waar komt die groei vandaan? In Vlaardingen is een begraafplaats uit de periode 1000-1050 onderzocht. Een aantal graven bevatte boomstamkisten met hout afkomstig van Vikingschepen gebouwd in Engeland. Van de skeletten waren er zes afkomstig uit Engeland. Dat wijst erop dat Holland duizend jaar geleden misschien al een migratieland was."Koningsoorkonden"Ik bestudeer schriftelijke bronnen over hoven en verwerk deze in een historisch geografisch informatiesysteem", zegt Peeters. "Het gaat mij om de overdracht van het grootgrondbezit zoals vastgelegd in de koningsoorkonden. De eerste oorkonde met een gift van bezittingen aan graaf Gerulf stamt uit 889. Daarnaast zijn er nog drie oorkonden uit de tiende eeuw. Het duurt tot 1300 eer de graven alle grond in bezit hadden.""De hoven waren grote boerderijen, centrale punten van waaruit het land werd bestuurd. Op het omliggende land werkten horige boeren in intensieve arbeidsdienst. Het model van de Karolingische hoven en abdijen was zeer gevarieerd. In de Hollandse veengebieden was het onmogelijk grootschalige landbouw op te zetten. Het is niet uitgesloten dat in Loosduinen, Maasland, De Lier, Naaldwijk grafelijke hoven waren. Bedoeling van het onderzoek is om tot een reconstructie van het systeem van hoven te komen. Dat leidt tot een beter inzicht in de machtsopbouw van de Hollandse graven."Roosje Peeters verricht nader onderzoek naar de hoven in het Westland en staat open voor suggesties uit het Westland.Auteur: Frank de Klerk van het Genootschap Oud-Westland
Lees meer
Streekhistorie: Hotel Verburgh maandag 10 februari 2020 13:01

Streekhistorie: Hotel Verburgh

Vele jaren is, als je het dorp Poeldijk binnenkwam, het Hotel Verburgh beeldbepalend voor het dorp geweest. Het was een fraai gebouw met een terras ervoor. Aan de andere kant van de weg een sierlijk veilinggebouw. Hoe kwam het hotel daar? Hieronder de voorgeschiedenis en het verdere wel en wee van het Hotel- Café Restaurant Verburgh. StationskoffiehuisDe voorgeschiedenis begint bij het voormalige Stationskoffiehuis dat stond aan de Nieuweweg in de toen scherpe bocht in de weg vlak bij het huidige kruispunt Voorstraat/Monsterseweg/ Nieuweweg. Het stond wel een paar honderd meter van het station af.Een van de eerste uitbaters vanaf eind 1800 was A. J. van Rest.(foto’s Anky de Kok www.poeldijk.net)Biljartwedstrijden, verenigingsvergaderingen, boelhuis, roerend en onroerend goed, aanbestedingen van bepaalde objecten en veiling van groente en tuinbouwproducten werden in het koffiehuis gehouden. Er werden vroege aardappelen, fruit zoals appelen, peren, alle soorten bessen (er waren veel boomgaarden) druiven, aardbeien en asperges geveild. De afdeling 'Westland van de Hollandsche Maatschappij van Landbouw", voorloper van de Bond Westland, hielden er hun vergaderingen. In de zaal van het café werd zelfs een tentoonstelling van groenten en fruit gehouden. Na die tentoonstelling wilde het veilingbestuur een grotere ruimte Men dacht om een zaal aan het café te bouwen. Of moeten we elders een ruimte bouwen was de vraag. Het werd een gebouw elders: het eerste echte veilinggebouw nabij de Gantel aan de Nieuweweg. Dus aan weg en water voor de toekomst zeer belangrijk. Vanaf april 1901 was er driemaal per week veiling. Het café had door het vertrek van de handel wel een aderlating voor Van Rest en vroeg het bestuur om een tegemoetkoming in zijn inkomstenVolgens krantenberichten hebben na A. J. Van Rest, die in 1905 uit Poeldijk vertrekt, nog enkele andere eigenaren het café beheerd o a. L. v.d. Wurf en F. Klaverkamp.Omstreeks 1916 neemt F.A. van Bergenhenegouwen het cafe over. Frans van Bergenhenegouwen was koopman/kastelein. Zijn vrouw Marie (kasteleinsdochter uit Poeldijk) zal wel het meest de kastelein zijn geweest in het café. Frans van Bergenhenegouwen was ook koopman Het lijkt erop dat hij alles verkocht "wat los en vast zit". Hij was zeer actief in diverse verenigingen. Zo was hij in 1919 bij de oprichting van een "Westlandse vereniging van groenten- en fruitexporteurs" en vertegenwoordigde hij Poeldijk als bestuurslid. Hij was secretaris van de IJsvereniging van Poeldijk. Regelmatig werden in de winter biljardwedstrijden georganiseerd in het café. Van Bergenhenegouwen speelde dan ook mee. In oktober 1929 koopt de gemeente Monster de tuin 3 Ha groot van L. v.d. Klugt. Die tuin was gelegen tussen de Voorstraat, Leuningjes en Nieuweweg. Die tuin lag dus naast het stationskoffiehuis. Die tuin werd belangrijk voor Van Bergenhenegouwen. Nadat v.d. Klugt de tuin nog een jaar huurde, huurde Van Bergenhenegouwen de tuin tot 1940. Begin januari 1930 zijn er plannen tot reconstructie van een gedeelte van de Nieuweweg vanaf de kruising bij de in 1929 gebouwde veiling tot aan de Kastanjelaan/Dr. Weitjenslaan. De hele Nieuweweg, van de Kastanjelaan/Dr. Weitjenslaan tot op het kruispunt bij de Voorstraat/ Monsterseweg moet op de schop.(foto Anky de Kok www.poeldijk.net)De W.S.M. wil ook meer ruimte om te rangeren en ook een spoorrail voor een losplaats voor steenkool langs het water van de Nieuwevaart. Het stationskoffiehuis met diverse huizen zal moeten worden afgebroken omdat het in de weg staat. De scherpe hoek in de Nieuweweg zal dan een overzichtelijke bocht worden.Nieuw hotelVan Bergen Henegouwen vat het plan op om een nieuw hotel te laten bouwen. “Naar wij vernemen, zal door den heer Van Bergen Henegouwen op een terrein aan de Voorstraat een groot hotelbedrijf worden gesticht. Dit hotel zal naast verschillende logeerkamers o.m. een ruime restauratiezaal bevatten. Een flinke speeltuin komt achter het gebouw, terwijl aan de overzijde een tuin van 20 bij 30 m wordt aangelegd.” (25 april 1930)In de raadsvergadering van de Gemeente Monster werd op 12 september 1933 behandeld een verzoek van de Heer van Bergenhenegouwen om 1000 m² grond te mogen kopen van de tuin die hij huurde voor het bouwen van een hotel. B en W stellen voor f. 10 per meter. De raad gaat akkoord.In het plantsoen zal straks overgeplaatst worden het bekende standbeeld van pastoor Verburch, de grondlegger van de druivencultuur, en het is van den heer Van Bergen Henegouwen goed bedacht zijn cafe-restaurant den naam Verburch te geven.Een sieraad voor Poeldijk De grote benedenzaal, welke behalve een flink buffet ook een tooneel bevat, benevens een garderobe, waarboven een muziekloge, kan door middel van een harmonicawand in twee deelen worden gesplitst, zoodat het tooneel vrij komt. Er is een brandvrije cabine voor bioscoop, welke aan het gezicht is onttrokken. Langs de groote ruiten is buiten een luifel gebouwd, welke bij goed weer een gezellig zitje biedt. Hotel Verburch is een sieraad voor Poeldijk en het geheel Westland. In de eerste dagen na de opening zullen er veel bezoekers geweest zijn.Nieuwsgierigen, maar ook bezoekers van de bloemententoonstelling die op dat moment werd gehouden in de bloemenveiling van 14 t/m 18 augustus 1934.Poeldijk krijgt een bioscoopIn het hotel ging men ook films vertonen. Vergaderingen werden er gehouden zoals de woningbouwvereniging Eensgezindheid, bloembollenkwekers, of een vergadering van tuinders die gedupeerd werden doordat de sla niet verkocht werd. De Honselersdijkse Reciteervereniging O.K.K. gaf een uitvoering. Het huisorkest Verburch o.l.v. Jan Nat verzorgde de muzikale omlijsting. Later speelde een zoon en dochters van Bergenhenegouwen op die dansavonden en zij luisterden ook feestavonden op, zelfs buiten Poeldijk. Het hotel werd een geliefde plek voor het houden van feesten vergaderingen. Het Restaurant ontvangt 150 ouden van dagen uit IJsselmonde.Een demonstratie van het Mey-systeem, een waarschuwingssysteem voor politie en brandweer via de radiodistributie. Ontvangst Journalisten die door de W.S.M. waren uitgenodigd voor een rondrit met nieuwe bussen door het Westland. Bezoek van 300 Duitse vakantiegangers.En vergaderingen van VVV Monster/Poeldijk, de veiling en de ijsvereniging. De motorclub gebruikte het Hotel als clublokaal. De wereldcrisis gaat men in de tuinbouw voelen. Ook in het hotel. Het hotel had ook enige concurrentie van het Vincentiusgebouw ook daar werden vergaderingen gehouden en feestjes gevierd.Hotel Verburgh verzint leuke dingen om een bezoek aan het hotel aantrekkelijk te maken. Begin januari 1938 was de zaal van het hotel groots met Oranje versierd in afwachting van de blijde gebeurtenis op het paleis Soestdijk. Bruiloften en andere familiefeestjes werden er gevierd. Danslessen werden gegeven. Ook dansavonden met het huisorkest van Jan Nat.Zo geeft de Haagse Reisvereniging een feestavond in hotel Verburgh omdat het hotel er zich zo uitzonderlijk voor leent. Het Comité Auto en Boottochten voor gehandicapten uit Den Haag komt met zeer veel auto’s naar Hotel Verburgh voor een gezellig samenzijn met 180 personen. In oktober 1938 koopt F. van Bergenhenegouwen 328 m² grond achter het hotel voor de aanleg van een speeltuin. Een stuk grond van de tuin die hij huurde. De heer Lipman van de autobusonderneming V.I.O.S. geeft begin januari 1939 voor het personeel een feestavond in hotel Verburgh.In februari 1939 een zeer zware klap voor de familie Van Bergenhenegouwen. Mevrouw Marie van Bergenhenegouwen -Smit komt plotseling te overlijden. Bekend was dat zij toch wel de kastelein (zwaaibaas) van het café/ hotel was. Heel Poeldijk leefde met de familie mee, met het zo plotseling overlijden van Marie. 1939 oorlog in Europa. De economische crisis is ook nog niet voorbij. In de tuinbouw gaat het slecht mede ook dat veel gewassen bevroren zijn afgelopen winter. De Poeldijkse bloembollenkwekers vergaderen nog, maar de vereniging heft zich op. Dat alles zal zijn weerslag hebben op het horecagebeuren.Op 11 januari 1940 inspecteerde Prins Bernhard de in het Westland gelegen troepen en nam een parade af aan de Haagweg in Monster, waarna hij een lunch gebruikte in hotel Verburgh. Het trok veel belangstelling in Poeldijk toen hij daar aankwam met een aantal auto’s en zijn gevolg van officieren, commandanten. De kranten geven maar sporadisch bericht dat er ten tijde van de bezetting iets bijzonders te beleven valt in Hotel Verburgh. Er waren toch wel gasten, waaronder een tweede dokter die zich in Poeldijk vestigde: H. A. de Lange in Poeldijk en W. Scheer van de kistenfabriek (zijn huis werd gevorderd) door de Duitsers. Op een dag was er een grote Duitse militair kapel ter opluistering van een onderscheiding van een Duitse officier in het Hotel. Ik ben toen wezen kijken en vond het prachtig al die marsmuziek.Sporadisch vermeldden de kranten dat er nog vergaderingen werden gehouden. Een enkele keer werd gemeld dat de luchtbeschermingsdienst, de Boerenleenbank en een lustrumviering van de Westlandse Slagers Vereniging werd gehouden.Andere vergaderingen waren door de bezetter verboden. Sociale verenigingen moesten zich ontbinden. In 1946 komt het verhuren van vergaderruimte langzaam op gang. Vergadering van de oprichting van een Westlandse invalidenbond. In 1948/ 1949 vergaderingen van de groenteveiling. Bijeenkomsten van ouden van dagen, IJsclub, Wielerronde, Oranjevereniging en Receptie van Jan Barendse (70e verjaardag).Dan bijzonderheden uit 1950: Willem Scheer (van de Kistenfabriek) geeft in hotel Verburgh een receptie voor het 25-jarig jubileum van de fabriek en zijn gouden huwelijksfeest eind januari. Er is een feestavond van de Westlandse beroepsvervoerders eind februari.Op 12 mei 1950 een artikel in de krant dat het standbeeld van pastoor Verburgh verplaatst werd naar het plantsoen voor het hotel.In 1951: een voorlichtingsavond Steun Wettig Gezag. Jaarvergadering van de Veiling. Feestelijke opening van de Jan Barendselaan. Opheffing van de Oranjevereniging. Start van een cursus snijbloemen en potplanten.In 1952: 15 februari Na het defilé een koffietafel van de Westlandse Nationale Reserve.In mei 1952 neemt Jan Barendse afscheid als voorzitter in het veilingwezen in het Westland. Op 9 april 1953 werd hotel Verburgh opnieuw geopend door de nieuwe eigenaar: C. G. Oosterveer, hij kwam uit Voorburg. Er kwamen weer activiteiten in het hotel. Huwelijksfeesten, recepties voor jubilea, verenigingsvergaderingen en verkoopdemonstraties. Maar zeker ook: men kon er gewoon dineren, een lunch gebruiken of gezellig iets drinken. Regelmatig werden feestjes gegeven. Vergaderingen gehouden. Postgiro en een wasserij hielden er een personeelswervingsavond. Het veilingbestuur hield bijna altijd de vergadering in hotel Verburgh. In 1957 schreef de krant dat er ruim 200 leden aanwezig waren. In 1958 wisselt het Hotel weer van eigenaar. De heer van Hoorn neemt het hotel over. In mei 1959 werd de eerste Daf in Poeldijk gepresenteerd. Op de grens Wateringen/Poeldijk werd het Dafje, bestuurd door burgemeester Wouters met het muziekkorps Pius X voorop, naar Hotel Verburgh gereden. Er waren zeer veel belangstellendste op af gekomen.foto: Kelly van TolDe commissaris van de Koningin Mr. J. Klaasensz brengt op 8 december 1959 een werkbezoek aan de gemeente Monster t.g.v. het vertrek van burgemeester Wouters. Hij gebruikt de lunnch in Hotel Verburgh.Vanaf 18 mei tot 27 september 1960 is de op 20 mei geinstalleerde burgemeester A. J. Berends gast/loge in hotel Verburgh. Eigenaar van Hoorn opende op 2 juni 1960 een klein Motel achter het hotel. Na enige jaren van succes begint in hotel Verburgh in oktober weer een cursus spreken in het openbaar.Op 12-01-1962 is er een propaganda avond van het Genootschap Oud Westland. Sprekers zijn Dr. C. A.M. Holtkamp pr. en Deken v.d. Goes het onderwerp is "Pastoor Verburgh". En er worden damavonden georganiseerd. Er werd gespeeld in de bovenzaal.Chinees restaurantIn 1986 komt het hotel in Chinese handen. De familie Teh wil het hotel ombouwen tot Chinees restaurant.De letters “Hotel Verburgh” op de gevel zullen worden verwijderd en vervangen door vier grote Chinese tekens. Hotel Verburgh is Chinees-Indisch restaurant De Chinese muur geworden. Op een zomerse avond in juni 1986 wordt Poeldijk opgeschrikt door vuurwerk. Het nieuwe restaurant is geopend.De naam van het restaurant verandert enkele jaren later in Canton Paleis. Het restaurant is een wokrestaurant geworden waar de gasten voor een vast bedrag onbeperkt kunnen eten en drinken. Het restaurant sloot haar deuren in 2017.Op het raam naast de voordeur hing een oranje A-viertje met de tekst "Beste gasten. Wij zijn gesloten. Wegens hoge leeftijd. Bedanken voor uw vertrouwen van afgelopen jaren".Auteur: Ton van Lier van het Historisch Archief Westland
Lees meer

Meer Streekhistorie